Waarom altijd meer?

Een actueel probleem: bankiers en topbestuurders die zichzelf verrijken tot in het oneindige. Letterlijk tot in het oneindige: want het is nooit genoeg. De maatschappelijke discussie gaat over een moreel besef waar het deze mensen aan zou ontbreken. Maar is dat het probleem?

 

Martin Appelo schreef een prachtig boek over zijn kijk op narcisme. Dit is overigens volgens vele wetenschappers (waaronder Prof. dr. Liesbeth Eurelings-Bontekoe) een schaal waarop mensen zich begeven (een dynamiek) en geen ‘hokje’ waarin je wel of niet zit. Appelo beschrijft een diep emotioneel gebrek, dat een depressief of angstig-narcist probeert te compenseren met erkenning. Erkenning die uiteindelijk leidt tot een voorwaardelijk aanzien, omdat het altijd gekoppeld is aan resultaat.

 

Deze bankiers schreeuwen eigenlijk om waardering en erkenning voor wie ze ZIJN, maar weten niet hoe ze dit kunnen verwerken of toelaten. Daarom compenseren ze dit met financiële input, die ze nooit de bevrediging KAN geven die ze zoeken.

 

Een eindeloze cirkel dus? Wel als men niet tot het inzicht komt dat deze (vaak briljante) mensen alleen maar opgeleid worden op cognitief vlak, en nooit op emotioneel niveau. Dat maakt ze niet alleen ‘wereldvreemd’ maar ook ‘vervreemd van zichzelf’. Moet je dan als maatschappij boos zijn? Welnee, wees er maar zeker van dat deze ‘topmensen’ geen zorgeloos en intens gelukkig leven leiden.

 

De vraag die ontstaat is uiteraard: wat kunnen we doen? Vanuit politici is het wijs om de nieuwe generatie bankiers niet alleen inhoudelijk op te leiden, maar ook te begeleiden in hun vorming als ‘young-executive’. Persoonlijke spiegeling, coaching en aandacht voor wie je als mens bent in relatie tot je personeel en klanten. Of de hebzucht dan zal verdwijnen? Vast niet, dat is ego-eigen, maar de oneindige hunkering naar waardering wordt wel begrensd en hopelijk op andere manieren ingevuld.